Europese Unie
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU) is een juridisch bindend document dat de fundamentele rechten en vrijheden vastlegt die elke burger binnen de Europese Unie geniet.
Het werd in 2000 aangenomen en kreeg in 2009 dezelfde juridische waarde als de EU‑verdragen voor zowel EU‑instellingen als de lidstaten wanneer zij EU‑wetgeving toepassen.
Voor het BDF is dit een krachtig instrument om gelijke kansen en inclusie te bevorderen binnen de Europese Unie.
Het Handvest bundelt politieke, sociale en economische rechten en is opgebouwd uit 54 artikelen verdeeld over zeven hoofdstukken: waardigheid, vrijheden, gelijkheid, solidariteit, burgerschap, rechtspleging en algemene bepalingen.
Wie ziet toe op de naleving?
Toezicht op naleving van het Handvest gebeurt op 3 niveaus:
- EU-instellingen:
- De Europese Commissie publiceert jaarlijks rapporten over de toepassing van het Handvest in de EU‑lidstaten.
- Het Europees Hof van Justitie past het Handvest toe in gerechtelijke uitspraken, wat indirect bijdraagt aan de interpretatie en toepassing.
- De Fundamental Rights Agency (FRA) is het onafhankelijke mensenrechtenagentschap van de EU dat onderzoek doet, rapporteert en advies geeft over de grondrechten die in het Handvest zijn opgenomen. De FRA publiceert jaarlijks uitgebreide analyses, bijvoorbeeld over discriminatie, geweld, privacy, gelijkheid en inclusie.
- De Raad van de Europese Unie neemt regelmatig conclusies aan over de toepassing van het Handvest, bijvoorbeeld over de rol van maatschappelijke organisaties of de bescherming van grondrechten.
Welke artikels zijn relevant voor personen met een handicap?
Alle artikels van het Handvest zijn van belang voor personen met een handicap vanwege de specifieke aspecten die zij beschermen (bijvoorbeeld: artikel 7 over het recht op integriteit van de persoon of artikel 14 over het recht op onderwijs). Twee artikels verwijzen echter specifiek naar personen met een handicap:
- Artikel 21: sterke bescherming tegen discriminatie
Artikel 21 van het Handvest verbiedt discriminatie op grond van handicap. Dit betekent dat wetten, beleidsmaatregelen en praktijken die gebaseerd zijn op het Europees recht, geen ongerechtvaardigd onderscheid mogen maken. Voor het BDF vormt dit een stevige basis om uitsluiting aan te kaarten en gelijke behandeling te verdedigen bij de EU-beleidsmakers. - Artikel 26: recht op integratie
Artikel 26 van het Handvest erkent het recht van personen met een handicap op maatregelen die hun zelfstandigheid, hun maatschappelijke en beroepsintegratie en hun deelname aan het gemeenschapsleven mogelijk maken. Dit ondersteunt het werk van het BDF rond toegankelijkheidsnormen voor goederen en diensten (bv. openbaar vervoer, websites, publieke gebouwen), het werkgelegenheidspakket voor personen met een handicap, richtlijnen over de‑institutionalisering, enz.
Aanvulling op het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (UNCRPD)
Zowel de Europese Unie als België zijn partij bij het UNCRPD. Het BDF kan aldus zowel het Handvest als het UNCRPD als dubbele argumentatie gebruiken om de Europese wetgeving kritisch te beoordelen, beleidsmakers op hun verplichtingen te wijzen en betere bescherming van rechten te eisen.
Strategisch instrument voor belangenbehartiging
Het Handvest dient als belangrijk referentiekader in de dialoog met de Europese instellingen. Het helpt het BDF om voorstellen te evalueren, adviezen te formuleren en te pleiten voor beleidsmaatregelen die de inclusie van personen met een handicap versterken. Daarnaast ondersteunt het Handvest de samenwerking binnen het European Disability Forum (EDF).
Meer mogelijkheden voor rechtsbescherming
Wanneer er maatregelen in strijd zijn met het Handvest, biedt dit bijkomende mogelijkheden voor klachten of juridische stappen op nationaal of Europees niveau. Zo vormt het Handvest een extra beschermingslaag boven op de nationale wetgeving.